De gevaren van inteelt
en de voordelen van outcrossen

Boven: Beeld van het Fokkerij Seminar van 21 februari 2026 in Wolvega.


Onderstaande artikelenreeks is met toestemming overgenomen uit
de Breeders Special 2026 van het blad draf&rensport, nr. 12 d.d. 19-03-2026.

Deze pagina bevat 3 artikelen die bij elkaar horen:

1. Interview van dr. Bart Ducro, specialist in inteelt bij dieren (meteen hieronder)

2. De gevaren van inteelt, een algemene bescjouwing: Click HIER

3. Hoe om te gaan met inteelt in de draverfokkerij Click HIER



Artikel 1:
"Fokken met inteelt is gokken met gezondheid"

"Kans op acute gezondheidsproblemen. En op de lange termijn
gaat de kwaliteit van het ras achteruit’

Dr. Bart Ducro geïnterviewd door Anne de Lange

Eerder gepublieerd in de Breeders Special 2026

Boven: Dr. Bart Ducro, onderzoeker aan de Universiteit van Wageningen,
specialist op het gebied van Inteelt bij dieren

Men is het snel eens als het over inteelt bij mensen gaat: dat moet voorkomen worden.
De publieke opinie is kraakhelder als het gaat om relaties tussen neven en nichten waaruit
kinderen worden geboren. Want het verhoogt het risico op erfelijke ziektes en afwijkingen.
Precies hetzelfde gebeurt bij ingeteelde paarden.

Maar binnen de paardenfokkerij lopen de meningen erover sterk uiteen. Sommigen zweren erbij, anderen verafschuwen het. Soms lijkt discussie erover vertroebeld te worden door commerciële belangen of simpelweg onwetendheid. De hoogste tijd om onafhankelijk expert Bart Ducro te interviewen. Hij is docent aan de Wageningen Universiteit en doet al jaren onderzoek naar inteelt bij dieren, waaronder paarden. Hij is een veel gevraagde gastspreker, die graag zijn kennis en kunde deelt. Ducro nam ook deel aan het draverfokkerij-seminar van Wolvega Live, die aflevering kwam eind februari online. Dit interview voor het fokkerijnummer vond al eerder plaats.

Boven: Tijdens het Fokkerij Seminar van 21 februari 2026
zat Bart Ducro tussen Paul Hagoort en René Knipscheer.

U bent bezig met onderzoek naar inteelt. Wat bestudeert u specifiek?
We kijken naar de gevolgen van inteelt in de verschillende stamboeken. En welke maatregelen je kunt nemen om de inteelt te beheersen.

Even voor de goede orde: wat is inteelt eigenlijk?
Inteelt is het kruisen van aan elkaar verwante dieren. Dus dat in zowel vaders- als moederskant dezelfde familie voorkomt. De mate van inteelt is in een getal uit te drukken. Er wordt daarbij gekeken naar het aantal overeenkomstige voorouders aanvaderskant en de moederskant en hoe ver terug in de afstamming ze voorkomen. Soms wordt er met volle neven en nichten gefokt, dat levert een hoger percentage op dan bij paarden waar een overgrootvader van een dekhengst en een bet-overgrootvader van de fokmerrie dezelfde zijn.

Inteelt is ingezet om rassen te verbeteren, hoe is dat zo gelopen?
Het kan helpen om bepaalde raskenmerken te versterken. Daar kwam men al vrij vroeg achter. Die kenmerken verschillen per ras, maar of het nou om uiterlijke zaken gaat, of prestaties bij springen, rennen of trekkracht, het heeft bijna alle rassen geholpen om de specifieke kenmerken te verbeteren. Ongetwijfeld had het vroeger ook te maken met de beperkte actieradius. Merriehouders zullen vaker gebruik hebben gemaakt van de hengsten van de buurman, zo ontstond er vanwege praktische redenen inteelt.

Een beperkte populatie, dat kwam bij mensen ook voor, bijvoorbeeld bij eilandbewoners
Dat is het punt inderdaad. Dat zien we in de paardensport ook terug. En populaire hengsten hebben veel nakomelingen, hun zonen zijn meestal ook veelgevraagd. En dan kan het hard gaan. De kans dat de genetica verstoord raakt, wordt dan steeds groter.

Hoe werkt genetica eigenlijk?
De eenvoudige verklaring is dit: een gen is een stukje eiwit waarin de erfelijke eigenschappen zijn opgeslagen. Een gen bestaat uit twee delen, zogenoemde allelen.Bij de aanmaak van de mannelijke en vrouwelijke geslachtscellen wordt maar een van de twee allelen doorgegeven  Bij de bevruchting wordt het allel van de vader en van de moeder samengevoegd tot een nieuw gen in de nakomeling. De samenvoeging die volgt is volkomen willekeurig. Een willekeurige helft van een gen van de vader wordt met een random helft van de moeder gecombineerd.Dat proces kun je als fokker verder niet beïnvloeden. Zo ontstaat er een nieuw gen bij hun kind. Dit proces vindt plaats voor alle circa 20.000 genen. Want zoveel verschillendeheeft elk paard. 

Helder. Wanneer gaat het mis?
Bij alle levende wezens en dus ook bij paarden zitten er wat foutjes op die 20.000 genen. Elke fout kan een vererfbaar probleem zijn dat ligt opgeslagen in een van de helften van een gen. Als de vader en de moeder deels over dezelfde voorouders beschikken, dan kan het zijn dat een exacte kopie van een fout via een helft wordt doorgegeven. Als die ‘foute helft’ van de vader combineert met de ‘foute helft’ van de moeder, krijgt hun kind een defect gen wat leidt tot uiterlijk waarneembare afwijkingen.

Niet alle ingeteelde paarden hebben er last van?
Voor de meeste erfelijke gebreken die we kennen geldt dat de ouders niet lijden aan het erfelijke gebrek, omdat ze maar één foute kopie op dat gen hebben. Dit noemen we recessieve vererving. Als de ouders elk een foute kopie hebben en het is puur toeval welk van de helften van een gen wordt doorgegeven dan is de kans één op vier dat een kind twee schadelijke kopieën krijgt. Met alle gevolgen van dien, het kan gaan om een ziekte of een gebrek. Als de goede helften met elkaar combineren, is er niets aan de hand, dat gebeurt bij 25 procent van de gevallen. Bij 50 procent is er ook niets aan de hand met het veulen zelf, maar hij of zij is wel een drager van een ‘foute’ helft en kan het later als ouder weer doorgeven aan nakomelingen.

Welke problemen kunnen er ontstaan?
Dat kan van alles zijn: dwerggroei, waterhoofden, beenafwijkingen, vruchtbaarheidsproblematiek et cetera. Bij Friese paarden zien we bijvoorbeeld ook ooglidproblemen. Het gaat allemaal om erfelijke ziekten en gebreken. Bij een vader of een moeder, die niet aan elkaar verwant zijn, zien we die problemen niet. Als een vader bijvoorbeeld een foutje in een gen heeft en de moeder een goede, dan zal het foute gen ook niet tot expressie komen. Het gaat pas mis als de exacte foute kopie van een genhelft, wordt gecombineerd met een genhelft met precies dezelfde fout. Dat kan alleen bij ouders ontstaan die een of meerdere zelfde voorouders in hun pedigree hebben.

Heeft elk paardenras hier last van?
Bijna allemaal in meer of mindere mate. Bij de Friezen is het een groot probleem en dat is een kwestie van pech. Over het algemeen wordt het problematisch als het om een kleine stamboekpopulatie gaat en bepaalde hengsten bijzonder populair zijn. Zij krijgen heel veel nakomelingen, en vaak geldt voor hun zonen weer hetzelfde. Het is dus goed om de gemiddelde inteelt van de jaarlijks geboren veulens te monitoren en te kijken of die niet te snel toeneemt.

Hoe werkt dat?
Er wordt een berekening gemaakt van het aantal overeenkomstige voorouders aan de vaderskant en de moederskant, Daar worden punten aan toegekend. Als die ‘dichtbij’ zitten, bijvoorbeeld door een kruising een neef van de moeder dan levert dat meer (min)punten op dan een inteeltkruising tussen de vierde en de zesde generatie. Een dergelijke berekening wordt de Wrightindex genoemd, en die vormt de basis voor de vele sites waarop je als fokker de inteeltcoëfficiënt kunt aflezen.

Boven: De inteelt coëfficiënt bij kruising van familieleden.

Je kunt dus niet de indexen van de vader en de moeder bij elkaar optellen en die delen door twee?
Zo werkt het inderdaad niet. Er wordt steeds weer gekeken naar de overeenkomsten in de vaders-en de moederzijde. Als een vader bijvoorbeeld een extreem hoge coëfficiënt heeft van 10 procent en de moeder bijvoorbeeld van 5 procent, dan kan het voorkomen dat het product toch 0 procent heeft, omdat de overlap van de stambomen van vader met die van de moeder bepalend is voor inteelt van het veulen. Dat kan bijvoorbeeld door een Friese hengst te kruisen met een Gelders paard. Ik noem maar wat als voorbeeld. En het is eigenlijk ook heel goed nieuws.

Hoezo?
Door op slimme manier gebruik te maken van verschillende genenpoelen kun je de kans op allerlei erfelijke aandoeningen verkleinen. Dat kan door gebruik te maken van paarden met totaal andere voorouders, dus uit verschillende stamboeken. Daarbij moet je wel bedenken of het tot een bevredigend paard gaat leiden. Of heel bewust binnen het eigen stamboek zoeken naar kruisingen met een zo laag mogelijke index. Dat gaat ook de zogenoemde inteeltdepressie tegen.

Depressie? U bedoelt sombere paarden?
Dat niet. Ik bedoel het effect dat we in wetenschappelijk onderzoek zien bij paarden met een hoge inteeltcoëfficiënt: verminderde vruchtbaarheid, duurzaamheid en een lagere levensverwachting zien we vaker bij paarden met een hogere coëfficiënt dan bij paarden met een lagere. In plaats van een vooruitgang van de ene generatie op de andere zien we juist achteruitgang. Het ras verliest kwaliteit, dat noemen we een depressie.

Frappant, dat sluit aan bij een grootschaligwetenschappelijk onderzoek dat onder 135.572 volbloed-racepaarden is uitgevoerd. Daarbij is de mate van inteelt vergeleken met onder ander de race prestaties. (zie apart kader hieronder)
Interessant. Wat kwam daaruit?

De racepaarden met een hoog inteeltcoëfficiënt winnen minder en hebben kortere carrières dan de paarden met een lagere coëfficiënt.
De slotvraag: wat raadt u fokkers van harddravers aan?

Op zich weet ik weinig van dravers. Maar wil men vitale dieren fokken die goed presteren, dan is het verstandig om voor de volgende generatie eerder de inteeltcoëfficiënt te verlagen in plaats van te verhogen.
Zoals met alles begint het met bewustzijn. Via verschillende sites kan men testparingen uitvoeren. Doe dat met verschillende hengsten, dan zie je vanzelf de coëfficiënten eruit rollen. Dat vergroot in elk geval het bewustzijn van de merriehouder, dat kan geen kwaad bij zijn hengstenkeuze.

Bij welke inteeltcoëfficiënt wordt fokken echt problematisch. Is dat te zeggen?
Helaas is dat niet te kwantificeren, het gaat om verhoogd risico. Dat is te vergelijken met hoe hard kan je veilig rijden door de bebouwde kom. Dat is ook geen harde grens. Het is niet zo dat als je zachter dan 50 kilometer per uur rijdt dat je gegarandeerd geen ongelukken krijgt.

Het volgende wordt binnen de draversfokkerij nogal eens gezegd: “Goede kwaliteiten worden bij inteelt versterkt en (helaas) slechte kwaliteiten ook. De wens om een beter c.q. sneller paard te fokken zorgt ervoor dat fokkers voor intelen kiezen." Wat denkt u daarvan?
Het suggereert dat er alleen maar goede kwaliteiten in die ene foklijn zit. Dat is wat beperkt gedacht, lijkt me. Om verder vooruit te komen put je alleen maar uit een beperkte genenpool en dan loop je tegen grenzen aan. Met combineren van verschillende (goede) foklijnen kom je uiteindelijk verder.
Het is ook interessant te realiseren dat inteeltfokkerij (of lijnenfokkerij) voortkomt uit het niet durven combineren met een andere goede fokllijn. Dus een beetje risicomijdend fokken. Maar aan de andere kant neemt men het verhoogde risico op inteeltgebreken op de koop toe.


Australisch onderzoek wijst uit:
een hoger inteeltpercentage geeft lagere winsom en kortere carrière

In Australië is het racen met volbloeds ongekend populair. Als de Melbourne Cup wordt gehouden, ligt het land plat. Heel veel mensen kijken dan live naar deze ren. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat er enorm veel renpaarden worden getraind. Circa 15 procent van de wereldpopulatie van volbloedracepaarden staat daar. Wetenschappers hebben de inteeltpercentages van 135.752 (!) paarden vergeleken met hun winsom gedurende de hele racecarrière, hun verdiensten per start en de lengte van hun sportloopbaan. Wat blijkt? Paarden met een lager inteeltpercentage beter scoren op alle fronten. In het schema zijn de lichtblauwe balkjes links van de 0-lijn de ingeteelde paarden, die slechter scoren dan de weinig ingeteelde paarden aan de rechterkant (donkerblauw).

Boven: Resultaten van het onderzoek bij Australische renpaarden.
Donkerblauw staat voor outcross en hierbij gaat alles vooruit: de verdiensten, de carriëre-lengte,
het aantal starts en het winstpercentage. Bij (forse) inteelt ((lichtblauw) gaat alles achteruit.
Er zijn gegevens gebruikt van 135.527 renpaarden.



Artikel 2:
De negatieve effecten van inteelt

Overgenomen uit de de Breeders Special 2026

door Hans Huiberts


In 2018 schreef ik een artikel over “Inteelt in de draverfokkerij”. Hoe gebruikelijk het is,
met voorbeelden en uitleg. Maar we moeten ons nu toch ook zorgen gaan maken over
de mogelijke nadelige effecten ervan. Zeker als je ziet wat de gevolgen zijn geweest bij
andere paardenrassen. Daarom deze waarschuwing aan alle fokkers. We kunnen er niet
eindeloos mee doorgaan, want wanneer men bij gesloten stamboeken veel inteelt gebruikt,
wordt de kans op erfelijke afwijkingen steeds groter en de kans op succes steeds kleiner.


De bedoeling
Met inteelt op een bepaald individu probeert een fokker de bijzondere eigenschappen van dat individu terug te toveren of te versterken. Om een nieuwe diersoort (bij paarden, honden,etc.) op te bouwen is inteelt een belangrijk hulpmiddel. Door in te telen op dieren met de gewenste eigenschappen kun je het doel bereiken. De in 1849 geboren Hambletonian 10 is de stamvader van de meeste harddravers. Alle Amerkaanse en veel Franse dravers stammen van hem af. Bij de Amerikaan Trixton komt hij 2.360.685 keer (!) voor in de stamboom en bij de Fransman Idao de Tillard 211.763 keer.Maar dat is ver weg en geen probleem, omdat er steeds is geselecteerd. In onze prestatiefokkerij is steeds doorgegaan met de gezonde uitblinkers. Maar wanneer het doel is bereikt, moet je ermee stoppen, want er kleven ook gevaren aan zoals allerlei vervelende gebreken en ziektes. Ik geef enkele voorbeelden.

Mensen
Bij de mensheid weten we al lang dat inteelt gevaren met zich meebrengt. In kleine gemeenschappen met veel inteelt werden relatief veel kinderen geboren met allerlei afwijkingen als blindheid, gehoorverlies, diabetes bij pasgeborenen, misvormingen van de ledematen, dwerggroei (bijv. de schilder Toulouse Lautrec), bloederziekte hemofilie (Koningin Victoria), schizofrenie en stoornissen in de geslachtsontwikkeling We zagen dit bijvoorbeeld bij Koninklijke families en in Nederlandse vissersdorpen. Langdurige inteelt is gewoon niet goed. Darwin ontdekte dit al en dat kwam doordat hij met zijn nicht was getrouwd en de gezondheidsproblemen van zijn tien kinderen opmerkte, van wie er drie op jonge leeftijd stierven. Het trouwen van neef en nicht is niet voor niets in Europa al eeuwenlang verboden, door kerk en staat.

Hondenrassen
Vroeger hadden honden alleen nuttige functies, zoals bewaking, de jacht of als gezelschapsdier. Voor dat laatste was het vuilnisbakkenras vaak goed genoeg en die waren meestal het taaiste. Tegenwoordig moet een hond vooral mooi en bijzonder zijn, met rare snuitjes, brede kaken, pluimoren of naakt. De fokkers gaan met de mode mee en herhalen de inteelt net zo lang tot het gewenste type is bereikt. En er zijn genoeg onwetende mensen die daar goed voor willen betalen. Bij selectie alleen op uiterlijk vertoon, zonder op gezondheid te letten, ontstaan vaak grote problemen. Bepaalde hondensoorten kunnen door hun platte neus nauwelijks meer ademhalen, maar gelukkig kan een hond ook nog door zijn mond ademen. Zo is er ook sprake van overmatige agressie bij verschillende rassen, hartklachten bij de boxer, bloedziekte bij dobermanns, etc. Dat bij al die inteelt ook genetische afwijkingen en ziektes kunnen ontstaan wordt voor lief genomen. De dierenartsen varen er wel bij.

Wilde dieren
Ook in het wild komt inteelt voor wanneer populaties van dieren erg klein zijn geworden. Als een populatie niet regelmatig wordt voorzien van 'nieuw' bloed, is ze gedoemd uit te sterven. Zo wordt van de Zweedse populatie van de wolf gezegd dat deze te klein is en dat dit met de inbreng van twee reuen van een andere populatie per generatie te verhelpen is, omdat vaders dan niet hun eigen dochters dekken en er steeds vers bloed bij komt. Maar er is meer nodig. Essentieel is dat er een populatie moet ontstaan, die groot genoeg is voor het in stand houden van genetische diversiteit. Maar we willen toch geen grote populaties wolven, dus laat het maar zo, dan sterven ze door inteelt vanzelf uit.

Het Friese Paardenras
Als bij paardenrassen alleen het exterieur telt,ontstaan dezelfde problemen. Bekend is dat men bij het Friese paard lange tijd last heeft gehad van ernstige erfelijke afwijkingen, ontstaan door zware inteelt bij een beperkte genenpool. Men wilde het ras vooral “zuiver Fries” houden en dat heeft men geweten. Er ontstonden erfelijke aandoeningen als dwerggroei, waterhoofden, aorta-ruptuur (een dodelijke scheur in de hoofdslagader), slokdarmproblemen en chronisch progressief lymfoedeem (CPL, dikke benen, huidproblemen). Bovendien werd door de bovenmatige inteelt de vruchtbaarheid en levensvatbaarheid verminderd (inteeltdepressie). Met miskramen en dalende sperma-kwaliteit probeert de natuur de fouten te elimineren. Dankzij actief stamboekbeleid is de gemiddelde inteeltcoëfficiënt bij het Friese paard de afgelopen decennia aanzienlijk gedaald, van 6,7% in 1960 naar 1,8% in 2020. Het fokkerijadvies is gericht op het beperken van inteelt (idealiter <5% in de laatste 5 generaties) en het gebruik van DNA-tests om risicoparingen voor ernstige aandoeningen te voorkomen, met tools (zoals testparingen) beschikbaar via MijnKFPS.


De Arabische Volbloed
Er zijn twee soorten. De Show-Arabierenhoeven alleen maar mooi te zijn en dat is toch een kwestie van smaak. Een zogenaamd snoekshoofd is het ideaalbeeld, maar dat wordt steeds extremer (zie foto). Zo erg dat de paarden bij inspanningen moeilijk kunnen ademen door de deuk in het neusbeen. En paarden kunnen niet door hun mond ademen! Ook hier ontstaan allerlei problemen doordat negatieve bijverschijnselen voor lief worden genomen. Bij de ons bekende Arabische renpaarden is spelen deze probleem niet, omdat zij niet om het exterieur worden gefokt, maar om hun prestaties in de rensport. En dan moeten de neusdoorgangen juist groot zijn.

Boven: Dit is het ideaalbeeld van de show-Arabier.
Vind je gek dat het dier problemen heeft met ademen?
Een paard kan niet door zijn mond ademen.


Engels Volbloed
In de 17e eeuw werden in Engeland inlandse merries gekruist met buitgemaakte Arabische hengsten om snellere paarden voor de races te fokken. De halfbloeds werden gekruist met andere halfbloeds en de producten hieruit weer met andere, vaak met inteelt op de beste Arabische vaderpaarden. Zo is het Engelse Volbloedras ontstaan. Alle renpaarden van nu stammen af van slechts drie stamvaders en enkele tientallen stammoeders. Bij een ras in opbouw is inteelt van belang, maar er moet wel steeds nieuw bloed bij komen. Bij Engelse Volbloeds is de inteeltcoëfficiënt nu vaak aan de hoge kant, zo vinden zij zelf, hoewel fokkers streven naar een percentage onder de 5% om erfelijke problemen te minimaliseren. Het ras verbetert niet echt meer.

Draverfokkerij
Vroeger werden in de draverfokkerij Engelse Volbloeds gekruist met goed dravende inlandse merries en soms omgekeerd: snel dravende vaderpaarden op Volbloedmerries. Alles was mogelijk en toegestaan, alleen snelheid en uithoudingsvermogen telde. Nadat het doel was bereikt werden de Stamboeken gesloten, maar ging men door met inteelt op de beste lijnen. Daar kun je nog lang mee doorgaan, maar je loopt vast als alle stambomen op elkaar gaan lijken. Hoe kun je dan nog verbetering verwachten met veel van hetzelfde?

Inteeltcoëfficiënt
De inteeltcoëfficiënt (COI) is de kans dat een individu van zijn vader en zijn moeder precies hetzelfde gen op zijn beide chromosoomhelften heeft gekregen. Als zo’n allel een (vaak recessieve) fout bevat, kan een afwijking tevoorschijn komen. Het COI-getal wordt met een ingewikkelde formule berekend en het percentage geeft de kans aan op het erven van identieke allelen van een gemeenschappelijke voorouder, wat de kans op genetische defecten verhoogt. Het hoeft niet, maar de kans bestaat. Het berekende percentage is mede afhankelijk van het aantal generaties waarover wordt teruggekeken. Daardoor zie je op verschillende websites soms andere percentages. Zie de onderstaande afbeelding van Bold Eagle’s gegevens, waarvan de COI’s bij meer generaties oplopen.

Boven: Plaatje van www.trot-pedigree.net, met de COI’s bij meer generaties
(5-6-7-8-alles) terugkijken. Ook verre generaties tellen mee, maar wel steeds minder.
Meestal kijkt men tot 8 of 9 generaties terug.


Franse dravers
Het Franse stamboek is gesloten dus er komt sinds de jaren 90 geen vreemd bloed meer binnen, maar dat is in het verleden wel heel vaak gebeurd, ook clandestien. Over dit laatste schreven we vorig jaar. Gelukkig is door het hoge aantal fokmerries (13.000) de genenpool groot gebleven, mede omdat de Fransen niet zo van inteelt houden en er twee fokrichtingen zijn: aangespannen en monté, die goed mixen. Dat een hengst maximaal 100 merries per jaar mag dekken helpt ook erg. Enkele jaren geleden leek het met Love You en zijn zoons wel erg eenzijdig te worden, maar 6 jaar later stond het fenomeen Ready Cash op. Nu dekken wel heel veel zoons van hem, maar er is hulp “van boven” gekomen met 2 x 60 dekkingen door de Amerikaan Tactical Landing, die ongetwijfeld voor enkele dekhengsten met nieuw bloed gaat zorgen. De meeste Franse dravers hebben COI’s onder 5 %. Als voorbeeld staan in tabel 1 enkeleFranse Prix d’Amérique en Elitloppet winnaars, volgens Blodbanken en Breedly. We hebben er het percentage Amerikaans bloed bij gezet. Ter vergelijking zijn ook enkele oude cracks toegevoegd. Door de lage COI’s zien we bij dit ras veel minder defecten, zoals OC(D). En veel uithoudingsvermogen, kracht en goede gezondheid.

Hieronder: COI en Percentage Amerikaans van enkele Franse cracks.

Opmerking: Er zijn in de jaren 1930 tot 1950 enkele clandestiene
Amerikaanse dekhengsten gebruikt, dus het werkelijke percentage
Amerikaans zal in veel gevallen hoger zijn.


Amerikaanse dravers
In Noord-Amerika kunnen dravers van de hele wereld worden gebruikt, maar in de praktijk is men nogal naar binnen gericht en conservatief. Het koerssysteem is daar ook heel anders dan in Europa. De carrières zijn extreem kort en daardoor moet er snel weer een nieuwe jaargang komen. Geen fokpremies in Amerika, dus grote fokkers willen graag hun jaarlingen goed verkopen. Het geloof in inteelt is groot en dat verkoopt goed. Blijkbaar weet men niet hoe de erfelijkheid werkt en men neemt de bijverschijnselen zoals OC(D) voor lief. Pas in 2009 is een maximum aantal dekkingen/jaar ingesteld (140) in de USA en in Canada is het nog onbeperkt.In de Amerikaanse draverfokkerij hebben de meeste paarden inteeltcoëfficiënten tussen 10 en 20 %! In veel fokkerijen wordt dit als veel te hoog en uiterst gevaarlijk beschouwd. Het voordeel bij onze sport is dat de selectie niet op exterieur gebeurt, maar op de drafbaan. Alleen de beste en snelste zijn goed genoeg. Zwakke broeders vallen af en die zou je in de fokkerij niet moeten gebruiken. Maar dit laatste gebeurt wel, met bijv. het recordloze zusje van. Zo zijn er al problemen met het Amerikaanse draverras gesignaleerd zoals atriumfibrillatie (hartritmestoringen), osteochondrose (OCD) en rabdomyolyse bij inspanning, waardoor spierweefsel beschadigd raakt. De COI’s van enkele bekende vaderpaarden staan in tabel 2 .De onderste 4 zijn als volgt te verklaren. SJ’s Photo is 4x4 ingeteeld op Star’s Pride en bevat geen Speedy Crown/Speedy Scott bloed. International Moni is een zoon van de Fransman Love You en de Amerikaanse topmerrie Moni Maker (met COI 11,3 %) en Back of the Neck is van Ready Cash uit een dochter van Andover Hall. Googoo Gaagaa is een zoon van een pacer en een wat vreemd gefokte merrie. Je ziet dat de oplossing dichtbij is: outcrossen! Kijk ook eens bij de Amerikaanse vaderpaarden statistieken in de Breeders Special. Daar zijn de COI’s bijgezet. Halverwege de vorige eeuw gebruikte men in Amerika minder nauwe inteelt. Ter vergelijking staan enkele vroegere import-dekhengsten in de tabel met hun geboortejaar en COI.

Hieronder: COI van enkele Amerikaanse dekhengsten.


Testparingen
Om hoge COI’s te voorkomen kan een fokker via bepaalde websites testparingen laten uitvoeren bij het kiezen van een volgend vaderpaard voor zijn fokmerrie.
Dit zijn enkele websites met testparingen:
- www.letrot.com (alleen Franse dravers, gratis)
- www.trot-pedigree.net (Franse dravers, gratis)
- www.bouttemont.fr (alleen voor eigen dekhengsten, wel voor NL-merries via Breeders Bible)
- www.breedersbible.com (Breeders Bible kost $ 100 per jaar voor Basic)
- www.breedly.com (STC, gratis, beperkte database)
- www.blodbanken.nu (gratis, maar beperkte database)
Op de laatste website kun je vreemd genoeg ook twee hengsten kruisen. De kruising Muscle Mass en zijn zoon Six Pack geeft een COI van 38,4 %. Er zijn beperkingen, want niet alle NL-merries kun je invoeren en niet alle winsommen kloppen. De Breeders Bible is het omvangrijkste met 5 miljoen dravers en hier kun je bijv. ook recordloze NL-merries invoeren. Bouttemont maakt gebruik van de Breeders Bible, maar alleen voor koppeling aan de eigen dekhengsten. Bij Le Trot en Trot-pedigree moet je [simulation] kiezen, de namen vader en moeder intikken en dan op [consanguinité] clicken om de COI van het product te zien.

Hieronder: Ingevukde Testparing op de website van Le Trot

Andere websites
Jammer genoeg is er nog geen Europese database voor onze sport(paarden). Records en winsommen ontbreken of zijn niet up-to-date. Dan moet je gaan zoeken waar je wel de juiste gegevens kunt vinden. Ook broers en zussen moet je soms van meerdere websites bij elkaar zoeken. Op de website van de Fokkersvereniging (draverfokkerij.nl) word je met de knop [afstammingen] verder geholpen.

Tenslotte
Is het wel afdoende om een maximale COI aan te houden? Als stambomen veel op elkaar lijken wordt elke kruising inteelt, met het gevaar van degeneratie. Dat is wat er met de Friese paarden is gebeurd. Dit zie je nu ook in de Amerikaanse draverfokkerij gebeuren. Naar mijn overtuiging moet er vooral outcross plaatsvinden. Nieuw bloed inbrengen en de “bastaardkracht” gebruiken! Bastaardfokkerij (Frans-Amerikaans) geeft nieuwe mogelijkheden met kans op verbeteringen.En Amerika heeft het voordeel dat dit is toegestaan. Het stamboek is wel gesloten, maar paarden uit andere (bijv. Europese) draverstamboeken mogen worden gebruikt. Dit in tegenstelling tot het Franse Stamboek dat echt gesloten is, maar minder Frans is dan veel Fransen denken. Lees het volgende artikel voor de oplossingen.


Ook het duurste renpaard is (licht) ingeteeld

Frankel is een kind van KIND (zo heet zijn moeder) en hij is op dit moment de duurste dekhengst bij de renpaarden. Toen hij in 2013 begon met dekken bedroeg zijn veulengeld 150.000 en nu 350.000 Engelse ponden!! Daar krijg je dan wel een Live dekking voor, want dat is bij de Engelse Volbloeds verplicht (KI = verboden). In de Volbloedfokkerij vindt men dat hij een relatief hoge inteeltcoëfficiënt heeft van 2,98 procent over de eerste zes generaties, vanwege zijn 3x4 inteelt met Northern Dancer. Over meer generaties bekeken wordt het percentage hoger, want er is ook een 5x5 duplicatie met Buckpasser en extra duplicaties met Natalma, Raise a Native, Native Dancer en Princequillo binnen zijn eerste zes generaties. Met 64 paarden in de 6e generatie valt zijn inteelt nogal mee, vergeleken met de draverfokkerij.



Artikel 3:
Een hoger percentage Frans?

Overgenomen uit de de Breeders Special 2026

door Hans Huiberts (o.p.t.)


Na de theorie over en de gevaren van inteelt, wil ik het ook hebben over de
mogelijke oplossingen. Inteeltfokkerij geeft uiteindelijk verzwakking en bastaardfokkerij versterking.
Welke kruisingen zijn het beste? We moeten stoppen met de zware inteelt en het Amerikaanse
ideaalbeeld. We hebben in Europa een heel ander koerssyteem en tevens de
mogelijkheden van een superieure Frans-Amerikaanse mix.


Ik word wel eens bekritiseerd omdat ik al jarenlang een pleitbezorger ben voor de Frans-Amerikaanse fokkerij. Maar wat moet ik nog bewijzen na de laatste vier Elitloppets? En in de Prix d’Amérique komen de Zweedse en Italiaanse Amerikanen er ook niet aan te pas. In 2008, achttien jaar geleden, schreef ik een artikel over de vraag of de draver ooit nog 2 seconden sneller over de mijl zou kunnen lopen. Mijn conclusie was toen dat dit niet zou gaan gebeuren, zeker niet in Noord-Amerika. Maar ik gaf ook aanbevelingen hoe er nog wel verbeteringen mogelijk zijn. Hoog tijd voor een update met nieuwe inzichten.

Het artikel uit 2008 is nog te lezen bij de artikelen op de website van de Fokkersvereniging, met de titel “Twee seconden sneller?”. Toen stond het wereldrecord op naam van Enough Talk met een km.tijd van 1.07,9 over de mijl. Sindsdien zijn er allerlei zaken verbeterd op het gebied van voeding, medicatie en training. De paarden lopen nu meestal zonder ijzers. Er is ook is een nieuwe sulky ontwikkeld, de American Bike, en de pikeurs zijn lichtgebouwde jockeys geworden, die gedurende de hele koers achterover hangen en veel minder wind vangen. Toch is het wereldrecord in de afgelopen 20 jaar maar een heel klein beetje verbeterd, eerst in 2014 door de Korean-zoon Sebastian K (1.07,7) en tenslotte in 2018 door de 6-jarige Amerikaanse ruin Homicide Hunter (1.07,4). In de afgelopen 8 jaren is er niemand sneller gegaan. Hetzelfde zien we bij de winnende tijden in de Hambletonian. Het gaat wel steeds een beetje sneller door de betere omstandigheden, maar het ras verbetert niet meer. En dat komt door inteeltdepressie.

Inteeltdepressie
AI zegt: Inteeltdepressie is de vermindering van vitaliteit, vruchtbaarheid, groei en prestaties bij nakomelingen, veroorzaakt door het paren van te nauw verwante individuen. Door inteelt neemt de genetische variatie af en komen schadelijke recessieve genen vaker tot uiting, wat leidt tot zwakkere dieren of planten. (einde AI) Maar het gaat niet alleen om schadelijke eigenschappen. Het is ook begrijpelijk dat er geen verbeteringen meer kunnen optreden als een genenpool veel van hetzelfde bevat. Dat is wat er mijns inziens nu gebeurt in de draf- en rensport door teveel focussen op inteelt. Bij te weinig diversiteit is er geen verbetering mogelijk. En als er geen verbeteringen meer zijn, hebben snelle generatiewisselingen ook geen zin, maar versnellen ze juist de achteruitgang.

Perfectie bereikt?
Zou er dan toch een limiet zitten aan de snelheid van paarden, doordat de perfectie voor een ras met een gesloten stamboek is bereikt? We weten inmiddels dat ook de renpaarden (Engels Volbloed) niet meer sneller gaan. In Groot-Brittannië is de Epsom Dash een sprintkoers over vijf furlongs (ongeveer 1.006 meter) op de Epsom Downs-renbaan, een van de snelste races in de rensport. Het huidige officiële Guinness Wereldrecord voor het snelste renpaard over vijf furlongs (1.006 meter) werd in 2012 in de Epsom Dash gevestigd door Stone of Folca met een tijd van 53,67 sec. hetgeen overeenkomt met een snelheid van 67,5 km/u. Van 1970 t/m 2025 is deze ren slechts driemaal in een tijd onder de 54 sec. gelopen, in 1970, 1995 en 2012. Het lijkt er sterk op dat Engelse Volbloeds niet meer sneller worden en volgens wetenschappers komt dat door “inteeltdepressie”. Door teveel inteelt is er dan een verminderde fitheid in het ras gekomen. Een soort degeneratie door een te kleine genenpool. De in 1970 geboren grootheid Secretariat was een product van twee niet-verwante ouders, het ultieme bewijs van de goede werking van heterosis of bastaardkracht door outcrossing. Bovendien had hij een reuzenhart (door de X-factor). In de renpaarden-fokkerij bestaan al lange tijd twee fokrichtingen, die voor de korte en de lange afstand. De sprinters zijn van een ander type dan de stayers en een oude wijsheid luidt:
- speed x speed geeft korte snelle paarden
- stayer x stayer geeft lange langzame paarden
- speed x stayer geeft een snel paard dat ook de lange afstanden aankan
Bij dit laatste zou sprake kunnen zijn van de bastaardkracht, met een lage COI.

Inteelt in Amerika
In twee andere artikelen in deze Breeders Special worden de effecten van inteelt behandeld. In de Noord Amerikaanse draverfokkerij is de inteelt hoog en vaak op dezelfde hengsten. Dat werd en wordt bewust gedaan en is veel te lang volgehouden. De beste merries gingen allemaal naar dezelfde tophengsten. De deelnemers aan de jaarlijkse Hambletonian zijn meestal producten van 6 vaderpaarden uit dochters van 6 andere verwante hengsten of elkaars dochters. Er is veel van hetzelfde waardoor veel paarden hetzelfde kunnen. Het koersverloop bepaalt dan de uitslag. De top van een jaargang wordt breder, maar er steekt er niet één ver genoeg bovenuit om records te kunnen breken. Er is te weinig bio-diversiteit. De achteruitgang door inteeltdepressie lijkt hier al te zijn begonnen. Verbetering is alleen mogelijk door nieuw bloed in te brengen. Dat nieuwe bloed kunnen pacers zijn of Europese dravers.
Op de bijgevoegde foto’s van de blauwe stambomen kunnen we zien wat de oorzaak is van de hoge COI van Six Pack en de gebroeders Muscle Mass(ive). Zulke hengsten moet je niet kruisen met merries met veel Valley Victory en Speedy Crown-bloed. Maar gekruist met een outcrossmerrie is er geen enkel probleem. Als bewijs hiervoor is de stamboom van de Muscle Mass-zoon Knight of Steel afgedrukt. Hij heeft een COI van 4,5 %, terwijl je misschien een halvering naar 9 % zou verwachten. Maar het gaat om de kans dat een foutief stukje DNA zowel op de chromosoomhelft van de vader als de moeder aanwezig is. Met een outcross is die kans veel kleiner. Knight of Steel is een ruin, maar wanneer je hem zou kruisen met de Six Pack-dochter Glamour As, krijgt het veulen een COI van 16,4% en dan ben je weer terug bij af. Outcross-paarden zijn wel in Europa, maar nauwelijks in Noord-Amerika te vinden, tenzij het pacers zijn. Dat verklaart het succes van sommige halve pacers in de USA..

Boven: De stamboom van Six Pack, met een zeer hoge inteeltcoëfficiënt 17,0 %.

Boven: De stamboom van Muscle Mass en zijn volle broer Muscle Massive, met een zeer hoge
inteeltcoëfficiënt 19,4 %. Speedy Somolli is ook een zoon van Speedy Crown.

Boven: Plaatje van www.trot-pedigree.net, met de COI’s bij meer generaties
(5-6-7-8-alles) terugkijken. Ook verre generaties tellen mee, maar wel steeds minder.
De COI van Muscle Mass(ive) kruipt naar 20 %, bijna net zoveel als de kruising broer x zus (= 25%)

Boven: De stamboom van Knight of Steel. Bij kruising van Muscle Mass met een outcrossmerrie
daalt de inteeltcoëfficiënt niet naar de helft, maar naar 4,5 %.


Pacers
In Noord-Amerika zijn er meer pace-koersen dan draverijen. De populatie is veel groter, maar ook bij de pacers worden de records maar met hele kleine stapjes verbeterd. Het wereldrecord dateert uit 2022. Net als de dravers zijn de pacers gefokt voor snelheid en vroegrijpheid. Bovendien hebben ze een gezamenlijke oorsprong en staan ze in hetzelfde stamboek. Kruisen kan, maar wordt nauwelijks gedaan omdat pacers geen goede harddravers zijn. Door decennia lange selectie zijn dravers en pacers fysiologisch uit elkaar gegroeid. De meeste pacers kunnen niet harddraven zonder veel gewicht aan de voorbenen. En we willen juist paarden fokken, die met blote voeten kunnen koersen. Pacers hebben een verkeerde aanleg. In principe mogen als pacer gefokte paarden in de Hambletionian starten als ze daarvoor zijn ingeschreven, maar niemand doet dat. De halfbloed Googoo Gaagaa bleek wel een goede draver te zijn. Zijn moeder is een draver en zijn vader een pacer, die toevallig in de buurt stond. Er ontstond een hype, vooral in Zweden. Googoo Gaagaa was de verlosser. En toen zijn zoon Captain Corey in 2021 de Hambo won, leken zij gelijk te krijgen. Ook in 2025 werd de Hambo gewonnen door een Zweedse halve pacer Northern Catcher (uit een pacer moeder), alweer voor trainer-rijder Ake Svanstedt, die goed met halve pacers weet om te gaan. Dit geeft aan dat de Amerikaanse draverfokkerij schreeuwt om outcrossing. Maar er kleven grote nadelen aan gebruik van pacerbloed in de draverfokkerij. Van een draver kun je wel een pacer maken, maar omgekeerd niet, zo luidt een gezegde. Ik heb daarover in 2021 een artikel* geschreven, dat nog is te lezen op onze website, met updates. Beter lijkt mij outcrossen met Europese dravers, bijv. Italiaans (Varenne!), Zweeds of Frans bloed. Lees ook mijn artikelen** over de bastaardkracht er nog eens op na.

De Europese draver
De Fransen claimen een apart draverras te hebben, maar dat is natuurlijk grote onzin. De betere paarden hebben ongeveer voor de helft Amerikaans bloed. Maar uit de brede Franse genenpool komen ook verrassende toevalproducten tevoorschijn, zoals de laatste Elitloppet-winnaars. In Europa hebben we de Amerikaanse inteeltproblemen (nog) niet. Bovendien hebben we hier een heel ander koerssysteem, waarbij de paarden langer moeten doorgaan in afstanden en in leeftijd. Paarden moeten hardheid en gezondheid hebben. Daar is een hele andere fokrichting voor nodig, de Europese mix. Toch wordt in de Scandinavische landen en Italië nog vaak Amerikaans gefokt.
De Amerikanen zijn gefokt voor de Elitloppet, maar die koers hebben ze in de afgelopen 15 jaar slechts 4 keer kunnen winnen, mede dankzij corona in 2020 en 2021, toen de Fransen afwezig waren. Timoko, Etonnant, Hohneck, Horsy Dream en Go On Boy hebben de ogen van veel Zweedse fokkers echter nog niet kunnen openen. Ook in de topkoersen op Vincennes komen hun zuiver Amerikaans gefokte paarden er nauwelijks meer aan te pas. Hun Frans-Amerikanen doen dat veel beter, maar hebben het toch lastig tegen de Franse tempobeulen.

Maximum snelheid
Sommige dravers gaan in een kilometertijd van 1.01 de helling van Vincennes af (met bijna 60 km/uur!), alleen houden ze dat tempo heuvel op niet vast. Ook in de Elitloppet is wel eens een topsnelheid van 1.01 gemeten (o.a. door Horsy Dream). Op 12 april 2026 liep de Franse hengst Lombok Jiel tijdens een eindspriint op Vincennes even een tempo van 1.00,6. Het geeft aan wat de maximum snelheid van harddravers is. De kunst is om een paard te fokken, dat die topsnelheid langer volhoudt en een intensieve training doorstaat. Hardheid en uithoudingsvermogen zijn dus vereist. En waar vind je dat? In Frankrijk natuurlijk, want die zijn gefokt voor lange koersen en lange carrières.In tegenstelling tot in Noord-Amerika worden op Vincennes nog jaarlijks records gebroken. Midden in de winter van 2024 won Hussard du Landret (Bird Parker) de Prix de Paris in 1.11,9b over 4.150 meter op Vincennes. Onvoorstelbaar, wat een tempobeul! En dat was geen uitschieter, want het jaar daarop werd hij 2e in dezelfde koers achter Joumba de Guez (Carat Williams). Beide liepen 1.12,0b over ruim 4 kilometer. In de zomer van 2025 werd de Prix René Ballière op Vincennes gewonnen door Jabalpur in 1.08,7a over 2.100 m. In mijn optiek kunnen zulke paarden in de USA op een mijlsbaan over 1.609 m het wereldrecord fors verbeteren. Ook Jag de Bellouet, Face Time Bourbon, Bold Eagle en Timoko hadden het gekund. Maar indien het wereldrecord niet meer wordt verbeterd is dat op zich geen probleem. Het zou wel mooi zijn als bewijs van de suprematie van de Frans-Amerikaanse fokkerij.

Bastaardfokkerij
Ik schreef 2 jaar geleden over de “bastaardfokkerij” (heterosis), het kruisen van twee apart ingeteelde stammen. Daarmee kun je rasverbetering bereiken. Dat is hoe de evolutie werkt. Het is al een eeuw aan de gang in Frankrijk met Frans-Amerikaans en je ziet de resultaten. Zie apart kader hieronder over Face Time Bourbon. Minder geschikt voor Amerika, maar uiterst geschikt voor Europa. Voor ons is het de echte Golden Cross. En of het dan Ready Cash op een Muscle Hill-dochter ((bijv. Melby Jinks) is of omgekeerd (bijv. Epic Kronos), of Tactical Landing op Automatic Gear, dat is nog een leuk discussiepunt voor een andere keer.

Percentage Frans
Ik geef in mijn artikelen vaak een percentage Frans aan bij de afstammingen en daar word ik soms om veroordeeld of uitgelachen. Maar ik heb daar een bedoeling mee. We moeten niet blijven hangen in het Amerikaanse ideaalbeeld. Ik snap trouwens die verheerlijking van Amerika niet. In Europa hebben we een heel ander koerssysteem. De Derby is bijna overal voor 4-jarigen, over langere afstanden. In de tabel met de Derbywinnaars van 2025 in de Breeders Special zijn slechts 3 van de 20 winnaars zuiver Amerikaans gefokt, toevallig alleen die van Nederland en Duitsland. Vroegrijpheid heeft in ons werelddeel geen hoge prioriteit, hardheid wel. Elke fokker en eigenaar die een goed jong paard heeft, kijkt met spanning uit naar de komende jaren. Liever geen ééndagsvliegen zoals in Amerika, waar de carrières van de toppers hooguit anderhalf jaar duren. Die Amerikaanse paarden bewijzen daarmee ook niet hun hardheid. Bij gezondheidsproblemen is er ook nog medicatie toegestaan, die in Europa is verboden (lasix, zenuwsnede, etc.). De problemen worden zo verdoezeld.
Net als in de USA zijn er in Frankrijk ook twee fokrichtingen, de ouderwetse (monté) draver (CA en CC) en de moderne Frans-Amerikaansen draver (AA). Maar deze liggen veel dichterbij elkaar dan de dravers en pacers.
Maar ga nou niet op zoek naar een ideaal percentage Frans, want dat is er niet. We fokken geen stambomen, maar harddravers. Het gaat erom wat er op de chromosomen van een paard zit. Wanneer de goede eigenschappen van een beroemde voorouder daar niet bij zitten, fok je die moeilijk terug. Een vader en een moeder geven elk hun eigen DNA door, niet hun stamboom. De moeder geeft genetisch zelfs iets meer dan de vader, te weten haar X-chromosoom en via haar moederlijn ook nog ander genetisch materiaal, de mithochondriën***. En dat het recordloze zusje van een topmerrie beter zou fokken is inmiddels wel een fabeltje gebleken. Je hebt meer kans met een fokmerrie, die de kwaliteit van haar eigen erfelijke eigenschappen zelf heeft laten zien. Daarom zet ik de records van de moeders er tegenwoordig ook graag bij. Alleen maar om er lering uit te halen.

Tenslotte
Hoe meer je je verdiept in afstammingen van deelnemende paarden, des te leuker wordt het volgen van de koersen. Vooral de topkoersen krijgen daar een eigen dimensie door. Daarom blijf ik het percentage Frans er gewoon bij zetten. En bij de Franse paarden het percentage Amerikaans.



Face Time Bourbon


Hieronder de Moederlijn van Face Time Bourbon

Boven: Face Time Bourbon is het mooiste voorbeeld van de "Bastaardfokkerij".
Hij stamt af van de Amerikaanse Wereldrecordhoudster Nancy Hanks.
In Frankrijk begint zijn moederlijn met de import Anna Maloney, die gekruist werd
met 2-voudig Prix d'Amérique-winnaar Passeport. De 7e moeder van FTB
is JONQUE, waarvan de bijzondere stamboom hieronder staat.

Boven: De stamboom van de Franse merrie Jonque, de 7e moeder van Face Time Bourbon.
Zij is zwaar ingeteeld op de Amerikaanse dekhengst Calumet Delco.
Voor Gael (midden onder) moet men ook Calumet Delco lezen.

Face Time Bourbon
Als voorbeeld wordt hierboven ook de stamboom van de in 1953 geboren Franse dravermerrie Jonque getoond. De Amerikaan Calumet Deco dekte clandestien in plaats van de Fransman Gael, die nog een keer extra in de stamboom staat. De Amerikaan staat dus waarschijnlijk zelfs 2 + 3 x 3 in de stamboom, waarmee zijn invloed is verankerd. Dat is niet zo lang geleden pas officieel bekend geworden. De officiële COI van Jonque bedraagt 13,8 %, maar is in werkelijkheid veel hoger. In volgende generaties van dochter naar dochter werden Frans-Amerikaanse dekhengsten gebruikt (resp. Luth Grandchamp 50% Amerkaans, Mario 25%, Speedy Crown 100%, Florestan 50%, Cesio Josselyn 50% en Love You 50%) en uiteindelijk komen we dan door Ready Cash bij Face Time Bourbon uit, met een COI van 4,33%. Jonque is zijn 7e moeder. Zij stamt af van de Amerikaanse Anna Maloney, een achter-kleindochter van wereldrecordhoudster Nancy Hanks. Hoe Frans is Face Time Bourbon eigenlijk? Volgens Blodbanken is hij 51,9 % Amerikaans.Iets meer dan de helft.

Voor een algemeen artikel over inteelt: Click HIER

Zie verder de volgende artikelen op onze website:
* "Telgang is teloorgang?" uit de Breeders Special 2021 Click HIER
** "De hybride groeikracht in de draverfokkerij" uit de Breeders Special 2021 Click HIER
*** "De erfelijkheid nog eens uitgelegd" uit de Breeders Special 2022 Click HIER

terug naar de artikelen

terug naar het Nieuws



© Copyright Fokkersvereniging